Thumbnail

Een bittere inktsmaak vult tergend langzaam zijn gehemelte, terwijl hij de afgekloven balpen voor de zoveelste keer tussen zijn vergeelde kiezen zet. Het voortdurende getik van de motregen op de ramen is al lang geleden opgegaan in het rumoer van alledag,  en slechts het gehuil van de pasgeboren buurjongen klinkt nog door de dunne muren van zijn twee-onder-een-kap. Met zijn dunne vingers veegt hij zijn haren zijwaarts over de kale plek die zijn achterhoofd siert. Het papier is nog leeg. Hij weet wat er op het spel staat. Hij weet dat het nodig is. Eén ingeving maar. Eén. Hij zucht vermoeid.

Verwoed gooit hij het onbeschreven notitieblok op de grond. Talloze ideeën zijn er al in zijn hoofd opgekomen, om vrijwel meteen weer volstrekt onbruikbaar te blijken. Hij wrijft vermoeid door zijn ogen, en de geur van roggebrood met karnemelk hult de ruimte  in een walm van radeloosheid. Programmamaker, het klonk ooit zo spannend: onbegrensde mogelijkheden, rode lopers, een publiek van zestien miljoen – en niemand die hem had gewaarschuwd dat het zó zou zijn. Zijn vrouw had het al lang geleden ingezien, toen ze hem verliet voor een handelaar in douchegordijnringen. Hij begreep haar nu.

Dit hoogtepunt der cultureel erfgoed, dít is waar Nederland al jaren naar verlangt

Moedeloos zet hij de televisie aan. Het fluorescerende licht kleurt de woonkamer Shownieuws-rood, en gedachteloos zapt hij langs de kanalen. Honderden zenders zijn er, met duizenden programma’s – en nergens nog ruimte voor hem. Bijna alles is al eens gedaan, en aan wat nog niet is gedaan is geen behoefte. Verborgen camera-programma’s zijn uit, reisprogramma’s zijn te duur; zelfs voor de anders zo populaire talentenjachten lijkt het animo met de dag verder te vervagen. Het Nederlandse volk wil weer vermaakt worden, écht vermaakt. Hoogwaardige kwaliteitstelevisie, eerlijk, oprecht en met een hart van goud. Maar wat bieden ze tegenwoordig? Helemaal niets. Niets dan armoede.

Het rauwe stemgeluid van Jody Bernal doet hem uit zijn gedachten opschrikken. Even kijkt hij verdwaasd om zich heen, maar dan stokt zijn adem. Zijn vuisten klemmen samen. Jody Bernal. Jody fucking Bernal. Deze verleidelijke uitstraling, dit onmiskenbare talent, dit goddelijke lichaam; deze man, dit hoogtepunt der cultureel erfgoed, dít is waar Nederland al jaren naar verlangt. Abrupt gaat hij rechtop zitten, en begint met trillende handen door de zenders te schakelen. De beelden vullen de kamer. Zijn mond valt open. Hij is al die tijd blind geweest.

Hij raapt zijn notitieblok weer van het tapijt en begint driftig te schrijven. Emile Ratelband, Ralf Mackenbach, Terror Jaap, Adje; de Nederlandse televisie stikt van het onvervalste talent. De woorden vloeien als vanzelf het papier op. Er moeten tieten bij, natuurlijk, blondines met tieten. En mannen met sixpacks, om de huismoeders tevreden te stellen. Zijn tong hangt uit zijn mond, en een dunne sliert kwijl loopt over zijn nek naar beneden. Hij veert weer op. Een duikplank. Godverdomme, een duikplank. Dit is het. Dit is het idee dat hij al die tijd nodig had. Goud van het allerpuurste soort. De motregen tikt nog altijd op de ramen, en hij huilt een beetje.