Thumbnail

Mijn oma was de enige zekerheid in mijn leven. Waar het kinderdagverblijf genadeloos overging in groep 1, de basisschool in de middelbare school, jeugdpuistjes in nog veel meer jeugdpuistjes en het kleine dorp in de grote studentenstad, daar bleef oma steevast hetzelfde. Haar huis ging permanent gehuld in de geur van veel meer broodjes dan we op zouden kunnen, de muren behangen met een expositie van onze ongemakkelijke jeugdfoto’s. Ze had het soort permanente opgewektheid dat alleen oma’s lijken te hebben, aangevuld met een ongeëvenaard talent om het gele ei uit Kinder Surprises te openen. Oma was liefdevol, oma was een schat; oma was vooral gewoon oma. Ten minste, tot voor kort.

Het beeld dat ik jarenlang van haar heb gehad was kinderlijke naïef. Ze was veel meer dan oma, meer dan de luttele jaren die ik met haar heb mogen delen. Zij mag dan mijn hele leven hebben meegemaakt; van het omgekeerde is niets minder waar. Uit haar oogpunt ben ik weinig meer dan een ordinaire nagedachte, een geforceerd encore, een hobbyproject om het pensioen mee door te komen. Kleinkinderen zijn de after-dinner-dip na het ongegeneerde vreetfestijn des levens, het stukje braaksel dat komt op het exacte moment dat je denkt alles wel geloodst te hebben. Oma was er al ver voor mijn miezerige bestaan, een gewone vrouw als alle anderen, met dromen en angsten en liefdes. Dat ik nu zorgeloos op mijn knusse kamer kan zitten, stukjes kan schrijven, suikerklontjes uit de doos kan eten: ik heb allemaal aan die ene vrouw te danken. Ik heb geen idee wie ze was.

Kleinkinderen zijn de after-dinner-dip na het ongegeneerde vreetfestijn des levens

Het levensverhaal van mijn oma gaat gehuld in een ondoordringbaar soort mysterie, een verhaal dat met de jaren alleen nog maar troebeler wordt. De enkele zaken die weet zijn gefragmenteerd en onbehulpzaam, als stukken van een puzzel zonder hoeken en de afbeelding van een willekeurig bos. Onvoorstelbaar lang geleden moet het zijn begonnen, in de tijd dat de wereld nog zwart-wit was en mensen praatten door bordjes omhoog te houden. Ze schijnt een verpleegkundige in Indonesië te zijn geweest, een verpleegkundige wiens man haar achterliet met de kleuter die later mijn vader zou worden. Ik weet dat ze onmenselijke uren heeft moeten werken om zijn opleiding te kunnen betalen, dezelfde opleiding die hem later in staat stelde hetzelfde voor mij te doen. Dat ze uiteindelijk iedereen achterliet om naar Nederland te komen, om het bestaan op te bouwen dat ik altijd zo vanzelfsprekend vond. Moedig moet ze zijn geweest, moediger dan haar tandenloze glimlach zou doen vermoeden. Hoe ze was met Kinder Surprises weet ik niet.

Op dat punt eindigt mijn kennis van haar verleden. Beschamend als het moge zijn, zelfs van haar naam ben ik niet zeker. Het naamplaatje van haar flat spelde de initialen S.Y.N., letters die schijnen te staan voor een onuitspreekbare Indonesische naam die al lang niet meer gebruikt wordt. Naar verluidt noemde ze zich hier Margaret of Margreet,  maar er zullen nog maar weinigen zijn die haar onder die naam kennen. Naarmate de jaren verstreken, en de mensen om haar heen verwerden tot vage kennissen, vroegen steeds minder mensen nog haar naam. Steeds meer werd ze oma.

Het zijn maar bar weinig aanknopingspunten om haar verleden te reconstrueren. Zelf was ze nooit echt spraakzaam, niet zolang het onderwerp iets anders was dan onze schoolprestaties of haar lievelingsijs. Soms probeer ik me in te beelden hoe ze moet zijn geweest, om de talloze lege plekken in haar verhaal op te vullen. Waarom is ze in de vijftig jaar sinds mijn opa niet meer hertrouwd?  Misschien is ze het soort verbitterde okselhaarfeminist dat alle mannen verantwoordelijk houdt voor zijn ontrouw, of misschien had ze gewoon genoeg aan het gezelschap van mijn vader. Wat deed ze in haar vrije tijd, voordat eten en slapen gepromoveerd werden tot enige hobby’s? Als ik mijn ogen dichtknijp zie ik haar breien, of schrijven, of als een gemaskerde vigilante de misdaad bestrijden. Ik kan slechts gissen. Werd ze eigenlijk met dit kapsel geboren?

Antwoorden zal ik nooit krijgen, en ergens maakt het me niets uit. Want hoe haar leven ook is geweest, welke offers ze ook heeft moeten brengen, het heeft geleid tot de lieve, zorgzame vrouw die ik al die jaren oma heb mogen noemen. Dat mag ik overigens nog steeds, want oma leeft nog gewoon. Goed, het lopen gaat wat moeilijker en het zicht begint langzaam af te nemen, maar ze is nog altijd dezelfde moedige vrouw die lang geleden haar thuisland achter zich liet. Ik heb nog altijd het geluk naar haar toe te kunnen, haar te laten weten hoe dankbaar ik ben, haar bij te staan als ze hulp nodig heeft. En dan, op de onvermijdelijke dag dat haar vreetfestijn ten einde komt, zal ik weten dat ik alles heb gedaan om haar verhaal waardig uit te leiden. Maar wat ik met de Kinder Surprises doe, dat weet ik niet.