Thumbnail

Babynamen zijn een curieus iets. Voor wie de allereerste keer zijn bundeltje vleesgeworden levensgeluk in de armen houdt, voelt het geven van de naam als het maatschappelijk geaccepteerde equivalent van brandmerken met een hete pook. Het is je kans om een stempel te zetten op andermans leven, en in het verlengde daarvan op de wereld als geheel. Eindelijk een beslissing die jij kunt maken, een kans om aan te tonen hoe zelfstandig je wel niet bent; je hebt geen raad meer nodig. Fout. Je bent een neurotisch stuk verdriet en die baby moet nog langer mee dan jij. Denk in godsnaam na.

Dubbele namen
Ik snap wat je in dubbele namen ziet, echt waar. Twee keer zo veel namen voor dezelfde prijs, een lekker elitair streepje voor niets en je kroost kan zelf kiezen hoe ze door het leven wil gaan. Klinkt mooi, maar zo maak je je kind ook eeuwig verantwoordelijk voor zijn keuze. De daarmee gepaarde sociale druk is groot, zo groot zelfs dat hij zich op een gegeven moment wel naar zijn naam moet gaan vormen. Arend-Jan wordt plotseling een gladjakker die de beursgang bij het kerstdiner bespreekt, Jan een lekker boerse stadsjongen-omdat-het-kan, Arend een enge overbuurman die zich nooit in het daglicht begeeft en AJ… Nou goed. AJ is een geval apart.

Hippienamen
Je baby verdient geknuffeld te worden, en dus moet je iets terug doen voor de bomen van de wereld. Snap ik. Maar niet door je dochtertje Bloem te noemen, of – god verhoede – door je zoontje Bloem te noemen. Breid je moestuintje iets uit, word overblijfpapa op een Vrije School of schiet een belegger dood met je handgemaakte pijl en boog; maar doe dit niet. Contrair aan je verder volkomen begrijpelijke ouderlijke wens  zal hij niet uitgroeien tot lui-en-stinkend werkschuw tuig, oh nee. Hij zal je vanuit het diepste van zijn hart gaan haten, en verbitteren tot een meedogenloze CEO – één die handelt in grofgemalen derdewereldkindjes en liefde verwerkt tot pure broeikasgassen. En dat allemaal door jou.

Alternatieve spellingen
Het is een leuk idee hoor: een normale naam kiezen, maar dan één letter veranderen ten opzichte van de gangbare spelling. Een naam die zegt ‘hé, ik ben net als jullie, maar gewoon nét even iets bijzonderder.” Verkeerd beredeneerd. De eerste reacties zijn misschien leuk, maar een dergelijke naam komt met een voortdurend, gruwelijk leed. Want waar de geboorteakte ‘Thejo’ zegt, noem je je kind in werkelijkheid “Theo-met-téé-háá-éé-jéé-óó.” Psychopaten zijn door minder gevormd.

Ghettonamen
Ken je het verhaal van die eerste vrouwelijke president van Amerika, Shaqueesha Destiny Love? Nou dan. Ghettonamen zijn een eeuwig anker aan het been van je kroost, een prenatale veroordeling tot een leven vol laaghangende broeken en tattoo’s van vrouwen die niet hun moeder zijn. Er komt geen Delta Lloyd-bloempotkapsel ooit de ghetto in, en dus komt er geen LeBron Tupac Playerson ooit de ghetto uit. De richtlijn is hier: als het matcht met een McDonalds-naambordje, steer clear.

Verkleinde namen
Niemand is ooit beter geworden van een -je, -tje of -sje. Hoe gangbaar het in Nederland ook moge zijn, een naam met een verkleining is als een permanente uitnodiging om in de wangen geknepen te worden of spontaan een kietelgevecht te beginnen. Mocht je kind de ambitie krijgen de wereld om te vormen tot een totalitaire dictatuur, dan heb jij hem die kans bij de geboorte al ontnomen. Sjorsie Washington zou naar Canada zijn verbannen. Napoleontje Bonaparte was lachend een ravijn in geduwd. Mao’tje Zedong maakte schoon op het hoofdkantoor van Lehman Brothers. Er is hier geen eer te behalen.

Adolf
Gast. Kom op.